Rond het midden van de 18e eeuw leefde er in Kampen een geslacht Overmars waarvan we de oorsprong (nog) niet kunnen achterhalen. Het gaat om Hendrik Overmars en Lambertus Overmars met hun gezinnen. Waarschijnlijk zijn het twee broers. Ze trouwden in Kampen en kregen daar hun kinderen maar ze zijn niet (als Overmars) in Kampen geboren.

Lambertus was tweemaal gehuwd. Uit het eerste huwelijk, met Alijda Meijlij heeft hij vier kinderen, een dochter en drie zoons. Uit het tweede huwelijk, met Margaretha van Hulsen heeft hij tien dochters en een zoon. Erfgenamen genoeg zou je denken. Maar als op 21 okt. 1819 bij notaris van Wijhe de nalatenschap van Lambertus besproken wordt, is Hendrica, zijn dochter uit het eerste huwelijk, kennelijk de enige erfgename. Zij is bij de bespreking echter niet aanwezig, evenmin als haar echtgenoot Barend Simon (Bron) Bos. In de Opregte Haarlemse Courant van 19-10-1819, bijna twee maanden na het overlijden van Lambert vinden we een bericht aangaande zijn nalatenschap. Vreemd genoeg staat op 6 februari en 9 februari 1827, ruim zeven jaar later, in de Overijsselse Courant nogmaals een soortgelijke oproep. Het lijkt er op dat de nalatenschap dan nog steeds niet is afgewikkeld. Voor zover ons bekend zijn er uit dit geslacht geen afstammelingen over gebleven.